Ninwa Alan (studente Internationaal & Europees recht), Groningen
Er gaat vrijwel geen ontmoeting in mijn leven voorbij zonder de vraag naar mijn afkomst. Deze vraag beantwoord ik zelden direct. Mijn antwoord luidt meestal: “Wat denk je zelf?”
En ik kan melden dat de antwoorden uiteenlopen van Zuid- en Oost-Europa tot Latijns-Amerika en, hoe kan het ook anders, het Midden-Oosten. Er zijn zelfs twee personen geweest die oprecht dachten dat ik een indiaan was. Hilarisch! Mijn afkomst ligt het afgelopen jaar, althans volgens de verkeersopvatting hieromtrent, ergens in Spanje of Italië.
Ik moet echter iets opbiechten. Soms betrap ik mezelf op een wens die ergens in mij schuilt. Het vurige verlangen naar een land, geheel met eigen volk, grenzen en overheid, dat op een kaart aan te wijzen is, zodat ik kan zeggen dat ik daar vandaan kom.
Want als ik het momenteel over mijn Aramese afkomst heb, dan rijzen er meer vragen dan duidelijkheden. Nou zal dat voor een groot deel te wijten zijn aan mijn kennis hierover, of eerder het gebrek hieraan. Maar soms, echt heel af en toe, verlang ik ergens naar iets tastbaars en herkenbaars.
