Vorige week heb ik een brief ontvangen van de Syrisch-orthodoxe St. Johannes de Apostelkerk uit Hengelo. Alle leden krijgen de kans om zich vóór 15 juli 2009 kandidaat te stellen voor het nieuwe kerkbestuur; de aanmeldingsdata verschillen echter per parochie.
Na de installatie van de huidige bisschop
Mor Polycarpus Augin Aydin op 29 april 2007 en het disfunctioneren van het impopulaire kloosterbestuur dat hij had geërfd, is nu eindelijk de tijd aangebroken voor
change.
Het is al langer een publiek geheim dat onze kerkbesturen in Nederland om diverse redenen niet bij machte zijn geweest om de harten te veroveren van hun Syrisch-orthodoxe leden.
De meeste Syrisch-orthodoxen klagen steen en been over hun ‘leiders’. Dag in, dag uit hoor je telkens weer dezelfde klachten. Vooral van jongeren, die vaak niet goed weten hoe of bij wie ze hun ongenoegen kunnen uiten.
Hierdoor hebben steeds meer jongeren zich teruggetrokken van de kerken. Eerlijk gezegd, heb ik me er zelf ook schuldig aan gemaakt. Ondanks dat ik weet, dat niet passiviteit maar actieve participatie de oplossing is en blijft.
Dit fenomeen, wat me ook opviel bij onze seculiere zelforganisaties, zie ik als de Aramese versie van braindrain (vrij: ‘kennisvlucht’). Daarmee bedoel ik te zeggen dat gekwalificeerde en toegewijde mensen de bestuursfuncties uiteindelijk overlaten aan onbekwame individuen, die overigens wel goede intenties kunnen hebben. Het resultaat van hun collectieve functioneren mag daarom nooit verrassend of verbazend zijn.
Nu er overal bestuurswisselingen aangekondigd zijn, waarvan men mag hopen dat ze eerlijk verlopen, wordt de zaak weer anders. Er zijn weer kansen te bekennen. Maar verandering komt niet vanzelf. Het begint bij jezelf. Wil je verandering, dan zul je je er voor moeten inzetten. En het vereist samenwerking en doorzettingsvermogen als je wilt slagen.
Het is aan ons, aan jou en mij, om er samen voor te zorgen dat we een nieuwe situatie creëren. Eentje waarin we de realiteit van onze braindrain omzetten in braingain (vrij: ‘kenniswinst’). We moeten de juiste condities en omstandigheden scheppen, waarin mogelijkheden worden geboden voor capabele personen, zodat hun kwaliteiten optimaal benut kunnen worden ten behoeve van de kerken (of organisaties) die zij dienen.
Alleen zo kan het verloren vertrouwen van het volk weer teruggewonnen worden. Deze uitdaging is niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk! Wat we ook besluiten te doen, uiteindelijk ontkomt niemand van ons aan de essentiële vraag: blijf je toeschouwer of word je deelnemer?