Andreas Gurkan geldt als de revelatie van het afgelopen hoofdklassenseizoen. De 18-jarige verdediger speelde bij Quick ‘20 alle competitiewedstrijden en maakte daarin grote indruk. Door TC Tubantia werd Gurkan zelfs verkozen tot beste speler van de hoofdklasse. Dat wekte de interesse van verschillende clubs uit binnen- en buitenland. Maar tegenover Hoofdklasse.org laat Gurkan weten dat “het enkel bij interesse bleef”. 

 
Door Bart Bos
 

Als 17-jarige jongen kwam Andreas Gurkan vorige zomer binnen bij Quick ’20. De Aramese Nederlander (zie kader) zag bij Go Ahead Eagles, waar hij in de A1 speelde, zijn verblijf niet verlengd worden en koos daarop voor een hoofdklassenamateurclub. Zittend in de woonkamer van zijn ouderlijk huis in Enschede vertelt Gurkan: “Ik heb als A-junior uiteindelijk de stap naar Quick ‘20 gemaakt. Waarom? Ik heb in de jeugd bij Sportclub Enschede ieder jaar tegen Quick ’20 moeten voetballen. Dat waren altijd heel lastige wedstrijden. Qua uitstraling en accommodatie was al te zien dat Quick ’20 gewoon een grote amateurclub was.” 

“In het gesprek met trainer René Nijhuis heb ik aangegeven graag mijn kwaliteiten te willen tonen in het eerste elftal. Ik voelde me absoluut niet te groot voor de A-junioren, maar ik kende mijn kwaliteiten en de trainer gaf aan een verdediger nodig te hebben.” Eén plus één was ook in dit geval twee; Gurkan kwam bij de A-selectie van Quick ’20 en liet zich er al meteen gelden. “Ik ben heel leergierig en gedreven. Als ik ergens kom, ga ik er ook honderd procent voor. Ik heb vanaf het eerste moment al aangegeven graag zo snel mogelijk weer terug te keren in het betaalde voetbal. ‘Het gaat me nu puur om het feit dat ik speelminuten kan maken en mijn kwaliteiten kan tonen op hoofdklassenniveau’, heb ik hen gezegd.” Het feit dat Quick ’20 meldde zonder spelersbetalingen te werken, nam hij op de koop toe. Hij antwoordde resoluut: ‘Als ik weer in het betaalde voetbal terechtkom, kan ik nog genoeg geld verdienen. Daar gaat het mij nu niet om.’

Aanvoerder Tim Engbers gaf al aan dat Andreas Gurkan zich op de positie als inschuivende verdediger direct thuis voelde. Hij paste zich ook heel snel aan het niveau aan. “Het gaat er in de hoofdklasse gewoon heel fysiek aan toe en het is sowieso een hoger niveau dan bij de A-junioren van eerstedivisieclubs. Ik zag het dan ook niet als stap achteruit, maar juist als stap vooruit. Ik kon hier bij Quick toch in het eerste voetballen en was ook zeker blij met de keuze.” 

Met Gurkan kende Quick ’20 een matige start van het seizoen. De middenmoter van de laatste jaren behaalden ‘slechts’ vier punten uit de eerste drie wedstrijden. “We begonnen dan wel met een zege op De Bataven, dat ieder jaar een zware tegenstander is voor Quick ’20, maar daarna verspeelden we op domme wijze de punten tegen Achilles ’29 (2-0-verlies) en FC Lienden (4-4-gelijkspel). Persoonlijke fouten stonden aan de basis hiervan.” 

Daarna zette de ploeg uit Oldenzaal echter de opwaartse lijn in. Die serie duurde tot in april van dit jaar, toen koploper WKE zelfs virtueel voorbijgestreefd werd (vier punten met drie wedstrijden minder gespeeld). “Vele mensen zeiden ook dat we voor het kampioenschap moesten gaan. Maar wij wilden de druk niet op onze schouders leggen. Wij hielden de top-5 als doelstelling aan. We hadden het jongste team van de competitie en hadden al nooit gedacht zo goed te presteren. De titel was nog een stapje te ver; we hebben in de beslissende fase belangrijke krachten als Tim Engbers en Jordy Kamphuis. Daardoor verloren we onder andere van Achilles ’29 (0-3) en WKE (4-0). Maar toch vind ik het knap dat wij van alle concurrenten van WKE het langst overbleven.” Dat Quick ‘20 na de laatste wedstrijd (1-2-verlies tegen Alcides) nog zakte van plek twee naar plek vier, maakt daarin weinig uit. “Onze doelstelling was de top-5 en we zijn uiteindelijk vierde geworden, hebben de tweede periodetitel gewonnen en de finale van de districtsbeker gehaald. Dus het seizoen is absoluut geslaagd.”

Betaalde interesse

Andreas Gurkan speelde als jonkie - “ik heb onze 37-jarige linksback Michel Lage Venterink in het begin wel eens papa genoemd” een belangrijke rol in deze prestatie. “Dat is toch mooi meegenomen”, reageert hij nuchter. Maar zoiets kan bijna niet onopgemerkt voorbij gaan. De betaalde interesse is dan ook makkelijk te verklaren. “Ik las het, ja. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet mee bezig was. We zaten toen in een belangrijke fase van de competitie en daarom wilde ik me op dat moment puur met het voetbal bezighouden. Ik dacht: ‘als ik zo goed blijf presteren, komt het allemaal vanzelf wel’. Maar het is wel een bevestiging van het feit dat je goed bezig bent.” 

De interesse bleef dus echter bij interesse. “En interesse zegt nog niet zoveel”, weet Gurkan. “Interesse kan een club in iedereen hebben. Het moet dan wel eerst concreet worden. Ik kan je zeggen dat ik zelf met geen enkele club heb gesproken.” En dat gaat dit jaar ‘waarschijnlijk’ ook niet meer gebeuren. Gurkan heeft aangegeven nog minimaal één seizoen bij Quick ’20 te blijven. “Ik heb veel met mijn ouders, broer Johan en zaakwaarnemer Fabio Alho gepraat en heb besloten dat ik mij bij Quick ’20 nog verder wil doorontwikkelen. Ik ben niet de langste speler en moet mezelf daarom verbeteren in mijn sprongkrant; mijn timing. Als je Nigel de Jong ziet; die man kan zo hoog springen. Duels over de grond zijn voor mij geen probleem, maar in luchtduels moet ik nog wat slimmer worden.” 

“Ik ben ook heel kritisch op mezelf. Als er iets niet goed gaat, moet ik het gewoon verbeteren. Ik probeer elke wedstrijd foutloos te voetballen. Dat kan bijna niet, maar toch streef ik ernaar en voetbal ik heel geconcentreerd. Als je met zo’n gedachte het veld ingaat, moet het wel goed komen. Dat is ook mijn kracht.” De verdediger hoopt na de zomer nog een seizoen als het vorige mee te kunnen maken. “Ik wil laten zien dat ik in staat ben om twee jaar achtereen hetzelfde niveau te halen. Ik wil ooit nog wel de stap maken naar het betaalde voetbal. Maar ik wil wel 110 % klaar zijn voor de stap naar het eerste elftal van een BVO. Het liefst een eerste elftal, want de tweede elftallen zijn meestal te vergelijken met hoofdklassers. Daarbij zit ik hier goed, heb ik het vertrouwen van iedereen en ben ik verzekerd van speelminuten.”

 

Andreas Gurkan wordt vanwege zijn achternaam vaak als Turk en Moslim aangezien. Beiden is hij echter niet. “Ik ben een Arameeër (niet verwarren met Armeniër) met een Syrisch-Orthodox geloof en ben samen met mijn familie in de beginjaren negentig vanuit het Zuidoosten van Turkije naar Amsterdam gevlucht.” De Arameeërs zijn een Semitisch volk uit het Midden-Oosten die zich als één van de eersten bekeerden tot het christendom. Zij zijn momenteel een bevolking zonder staat en waren vroeger de eerste bewoners van het vroegere Mesopotamië. Door vervolging en onderdrukking zijn ze echter massaal naar Europa geëmigreerd. De Aramese taal, cultuur en geloof verbind hen nog met elkaar. Het Aramees was vroeger zelfs een wereldtaal en werd ook gesproken door Jezus Christus. Andreas Gurkan is zelf ook christen, getuige het kruisje aan zijn ketting. “Ik bid elke dag om kracht en of ik fit en gezond mag blijven.”

 

BronHoofdklasse.org (8 juli, 2009).

Foto's: Bart Bos (boven), Pieter van Buren (midden).

 

TERUG 

Omhoog